Schrijverke 5

Schrijverke 5

God, hoop en liefde

Hemelvaartscentrale, goedemiddag. Toets 1 voor de heerlijke reis, toets 2 voor een ongelofelijke reis naar Appie, toets, toets, toets…
Het schrijverke toetst 1.
‘Maar er is geen God, gij onnozelaarke! God is een illusie.’
‘Mevrouw? Wat is er dan?’
‘Er is niks!’
‘Niks illusie?’
‘Ja.’
‘Mevrouw, is God illusie of is niks illusie? Mensen putten troost uit en stellen vertrouwen in God. Wat put u uit niks? Niks? Die niks illusie helpt minder, veel minder!’
‘God is dood!’

‘God is een amateur!’
‘God is een amateur, schrijverke? Is dat geen belediging of hoe noemen ze dat? Blasfemie ofzo?’
‘Professionals worden betaald! Is de liefde professioneel? Prostitutie! Werd God betaald? Nee? Amateur!’
‘Voorwaar ik zeg u, hoed u voor hen die alleen creëren als ze betaald krijgen! De grootste kunstenaar zou zich laten betalen als een tollenaar?’
‘Nee, waarlijk God een professional noemen zou een belediging zijn!’
‘Je houdt er een rare redenering op na, schrijverke, dat mag ik wel!’
‘Christiaan Huygens moest er ook niks van hebben…’
‘Waarvan, schrijverke?’
‘Om te werken voor geld! Dat vond ie zo banaal!’
‘O, en wie was dat dan wel, die Christiaan Huygens, schrijverke?’
‘O, hij heeft een paar dingen uitgevonden en gecreëerd in zijn leven…’
‘Als jij het zegt, schrijverke!’

‘Onwetendheid is een sluipmoordenaar!’
‘Hè?’
‘Ja, letterlijk!’
‘Hoezo?’
‘Kijk naar India en Indonesië. Hele stranden liggen daar zo ver het oog kan zien vol met plastic. Plastic zakken. Plastic flessen. Plastic strand. Plastic wordt niet gerecycled maar gewoon weggegooid op straat, in de rivier, op het strand, waar je maar wilt!’
‘En?’
‘En? Dat plastic komt uiteindelijk in de oceaan en uiteindelijk zwemt een moederwalvis dagen rond met haar dode babywalvis omdat haar melk door al dat plastic dat ze in zich heeft genomen is vergiftigd!’
‘O, op die manier. Die mensen gooien argeloos, onwetend, hun plastic weg niet wetende over de walvisbaby!’
‘Precies! En helaas.’

Ik doe niet wat ik zou moeten doen als ik al zou weten wat ik zou moeten doen! Met zulke gedachten liep het schrijverke van tijd tot tijd rond. Tja, wat moet je dan doen? Zijn oma hamerde altijd op hetzelfde toen hij jong was: werk, gezin en een auto. Zijn oma zaliger had voor niks gehamerd. Het schrijverke had geen werk, geen gezin en geen auto. Zou het dat toch geweest zijn? Zou ze gelijk hebben gehad? Is dat wat je moet doen? Aan auto’s had het schrijverke ronduit een hekel. Stinkende, vervuilende, lawaai makende roestbakken! Bovendien waren er al veel te veel auto’s. Werk? Daaraan had het schrijverke geen hekel, maar werk en hij waren nooit echt een goeie match geweest voor langere tijd. Hij zocht er geeneens meer naar. Gezin? Daarvoor heb je tenminste werk nodig. Een salaris. In die zin had ze gelijk gehad. Werk, gezin en auto waren een drie-eenheid! En dan nog de liefde. Ja, liefde wilde schrijverke wel. Er waren weleens affaires. Opflikkeringen van amoureuze vlammen die helaas om wat voor een redenen dan ook gauw weer doofden. Maar ja, valse hoop is allicht beter dan helemaal geen hoop. Hoop op succes met schrijven had hij ook niet. En wat is succes? Hij was allang blij met de momenten dat hij tot schrijven kwam, of schilderen, want zulke momenten waren schaars, maar al met al ook wel weer genoeg voor een toch nog aanzienlijke productie van romans en schilderijen. Onlangs verbaasde hij zichzelf weer met uit het niets een schilderij te hebben gecreëerd. Zo prachtig! Wat deed het er dan nog toe of anderen dat tot succes zouden verklaren of niet?

**

In de volgende aflevering ontmoet het schrijverke het schilderke, die lange, golvende, zilverfluweelachtige haren had en een rond knap gezicht en een charmant neusje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.