
Bechamelsaus en gekaramelliseerde kapucijners, appetijtelijk en poepchic. Einzelgänger en dobermannpinscher. Ja, de vijfde editie van het Groot Hengeloos Dictee was weer een prettige collectie van moeilijke woorden en termen. Cabaretier/columnist Nathalie Baartman had een leuk, maar pittig tekstje gemaakt. Ze dicteerde haar verhaal van 250 woorden zelf. De volle raadzaal had er de handen vol aan.
Petra Bruulsema had er de minste moeite mee. Ze won nipt met 16 fouten. De Hengelose was in 2023 ook al de beste van de bijna vijftig deelnemers. Bruulsema had één fout minder dan het drietal Judith Mulder, Zen Oostrom en Paul Kuiper. Elles Assink, de winnares van 2025, eindigde als vijfde met 18 fouten. En daarmee zaten alle oud-winnaars ook deze keer weer in de kopgroep, want ook Judith Mulder en Zen Oostrom hebben het Hengeloos dictee al eens op hun naam geschreven.

Hieronder het dictee zoals dat door Nathalie Baartman werd geschreven en voorgelezen.
In de hoge loge van een pittoresk etablissement zat Robbie, een Euro-Amerikaanse amanuensis, in een lederen fauteuil een excellent koteletje met bechamelsaus en gekaramelliseerde kapucijners te verorberen. De zon uit het glas-in-loodraam gaf een enigszins turkooizen gloed aan zijn blotebillengezicht.
‘Nou ja, wat een coïncidentie!’ echode eensklaps langs het witgepleisterde plafond vol ornamenten in rococostijl. Robbie draaide zich onmiddellijk om en ontwaarde een gracieuze dame in excentrieke legging. Zeker geen louche of nooddruftig type. Poepchic dus. ‘Adèle,’ zuchtte hij, ‘medecursist van de avant-gardistische workshop ‘kieviten creëren middels papier-maché’’. ‘Adèle.’ Toentertijd had hij haar onoorbaar willen omhelzen, maar antiheld als hij was, nam hij in plaats daarvan op mallotige wijze een hap van zijn goudrenet. Desalniettemin apprecieerde hij nu haar acte de présence.
Adèle stevende flamboyant op Robbie af. Daar stond ze. Een zweem van appetijtelijke patchoeliolie, een waar afrodisiacum, betoverde zijn neusharen. ‘Aanstonds zin in een gezamenlijk espressootje?’ wilde hij knipogend vragen. Maar bevreesd om voor misplaatste patjepeeër versleten te worden dook Robbie vol gêne ineen, als ware hij lijdend aan het aspergersyndroom. ‘Nooit verondersteld dat je een liefhebber van haute cuisine bent?’ sprak Adèle. Deze kennisgeving deed stante pede appel op Robbies aplomb. Hij raapte zichzelf gezwind bijeen om een limerick te declameren. Er was eens een deerne uit Dieren. Die liet zich niet simpel versieren. Ware het niet dat dit gederangeerd werd door het lawaaierige geblaf van een dobermannpinscher.
‘Ik ben kynofobisch’, gilde Adèle. ‘En ik de eeuwige einzelgänger,’ prakkiseerde Robbie toen zij halsoverkop de accommodatie verliet.

