Alles stroomt in nieuwe dichtbundel ABterBrake

Alles stroomt in nieuwe dichtbundel ABterBrake

De naam Alphons B. ter Brake is voor dagelijks gebruik, streng gescheiden van ABterBrake voor poëzie en ABtB voor fotografie. Zowel de man, de dichter als de fotograaf is in 1945 in Hengelo geboren en werkte een leven lang bij het regionale dagblad De Twentsche Courant in Hengelo, later Tubantia in Enschede. Hij doorliep vrijwel alle disciplines van het journalistieke vak, om als kunstredacteur en -recensent uiteindelijk de ideale plek te vinden. Hij keek, filosofeerde en schreef in die functie over muziek, literatuur, theater en beeldende kunst. Na zijn pensioen besloot Ter Brake zich volledig te werpen op zijn hobby’s poëzie en fotografie. Zo ontstonden in de afgelopen tien jaren de goed ontvangen ‘dichtbundels in woord & beeld’ Water aan zee (2012) en Tussen water en werkelijkheid (2021).

ABterBrake en ABtB’s nieuwste bundel heet Waar de wegen gaan en gaat over de vele wegen van het leven die, hoe ze ook lopen, uiteindelijk altijd met een al dan niet verrassende dood eindigen. In de bundel vertellen de twee romantische gedichtencycli Regen in de herfst en Het pad naar zee hun eigen verhaal, als twee spannende novelles, ondersteund door fotobeeld.

Alphons B. ter Brake

Wat is er romantisch aan de dood?

Dat wordt niet bepaald door de dood als bij het leven horend fenomeen, maar door de context waarin de dood wordt gepresenteerd. In dit geval de Romantiek, ook wel gekenschetst als de verbeelding van ‘de dramatiek van de natuur’. De Duitsers hebben daar een prachtige naam voor: Totenlandschaft. Schilderkunstig zijn mijn grote voorbeelden John Constable, Casper David Friedrich en Eugène Delacroix. Kijk naar hun schilderijen en je ziet ze terug in de natuurbeschrijving in de cyclus Regen in de herfst. En ook nog, maar meer ‘miniatuur’, in Het pad naar zee. In genoemde dramatiek hoort vanzelfsprekend een – even – dramatisch einde. Blijkbaar heb ik die romantische toon goed getroffen, want de reacties gaan automatisch uit van ‘de dood’, hoewel dat zelfstandig naamwoord nergens voorkomt in welk gedicht dan ook. De suggestie blijkt echter sterk genoeg. Wel staat in Regen in de herfst in een dichterlijke, beschouwende voetnoot het begrip ‘sterven’, maar los van de verhaallijn zelf. Wat duidelijk is uit de cursivering van de beschouwende verzen. Ook in Het pad naar zee staat in de laatste strofe van vers XIII (Na jaren) een vergelijkbare verwijzing in het werkwoord ‘doden’. Maar hierop volgt overduidelijk niet ‘de dood’.

Hoe zet u die Romantische verbeelding om in gedichten en foto’s?

Een vraag die vrijwel nooit eenduidig te beantwoorden is. In het geval van Waar de wegen gaan heb ik gebruik gemaakt van ouder ‘overschietend’ materiaal dat ik te mooi vond om weg te gooien. Al experimenterend kwam ik tot wat nu de bundel is. Een ‘proefgedicht’ op dezelfde basis werd goed genoeg bevonden om te worden gepubliceerd in de bundel Water, vriend of vijand? (Gorcumse Literatuurprijs 2022). Dat gaf mij het gevoel met de nieuwe bundel op de goede weg te zitten. Maar een krantenstukje kan ook aanleiding zijn, of een wandeling rond het Lonnekermeer, langs de IJssel of over een waddendijk. Of een ingeving die mij doet ontwaken uit de slaap. Of een gebeurtenis die mij aanspreekt, tegenwoordig met name in de sfeer van het universum.

Water en wegen lijken terugkerende thema’s in uw werk. Waarom?

Omdat beide staan voor filosofische begrippen als reizen enerzijds en (on)eindigheid anderzijds. Dus voor het leven. In de bundel Water aan zee vind je mijn denkwijze expliciet terug in enkele titels: ‘Pantha rei’, kort door de bocht te vertalen als ‘Alles stroomt’.

Waar de wegen gaan is vanaf nu voor €17,50 te koop bij Boekscout en Bol.com.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.